Download deze gids als PDF

Beleid


Aannamebeleid en Stedelijk toelatingsbeleid
De aanmelding van kinderen
We maken voor aanmelding van nieuwe kinderen onderscheid in:
A. kinderen, die voor het eerst naar de basisschool gaan, de 4-jarigen;
B. kinderen die tussentijds instromen in de school. Zij zijn ouder dan 4 jaar en afkomstig van een andere school.
 

A. Voor het eerst naar de basisschool (4-jarigen)
Als een kind vier jaar is, kan het naar de basisschool. Bijna alle basisscholen in Amsterdam werken met een stads breed gelijk toelatingsbeleid. Hiermee is een einde gekomen aan de verschillende regels per stadsdeel, wijk of school. Dit betekent dat het aanmelden voor de basisschool en het toedelen van de plaatsen op alle deelnemende scholen volgens dezelfde regels gebeurt. Deze regels gelden voor kinderen die vanaf 1 juli 2011 geboren zijn. Zie hiervoor de site  www.amsterdam.nl/onderwijs-jeugd/basisonderwijs/aanmeldeninschrijven.
 
Aanmelden voor de basisschool 
Rond de derde verjaardag van uw kind ontvangt u van de gemeente Amsterdam het aanmeldformulier voor de basisschool en een brochure met uitleg over het toelatingsbeleid. 
U kunt uw kind alleen aanmelden door dit aanmeldformulier voor de basisschool in te leveren bij de school van uw eerste voorkeur.
 
Voorrangsscholen
Elk kind heeft voorrang op de acht dichtstbijzijnde (deelnemende) basisscholen in de buurt. Deze voorrang wordt bepaald door de loopafstand tussen het woonadres van uw kind en de school. Wanneer u op www.amsterdam.nl/schoolwijzer postcode en huisnummer van het officiële woonadres én de geboortedatum van uw kind invult, kunt u zien of uw kind voorrang heeft op onze school.
 
Wat moet u doen?
Als onze school uw eerste voorkeur is, verzoeken wij u het aanmeldformulier (geen kopie of scan) bij ons in te leveren.
  • Vul het aanmeldformulier volledig in en onderteken het (vergeet telefoonnummer en e-mailadres niet).
  • Op het aanmeldformulier staan naam, geboortedatum en woonadres van uw kind voorgedrukt. Controleer of deze gegevens correct zijn en corrigeer het indien noodzakelijk.
  • Vul in volgorde van voorkeur minimaal vijf basisscholen in. De school van uw eerste voorkeur, zet u op nummer 1, daarna 2, enzovoort; dit kunnen zowel voorrangsscholen als geen voorrangsscholen zijn.
  • Let op: Ook wanneer al een ouder broertje of zusje op de school zit, is het noodzakelijk dat u het aanmeldformulier bij ons inlevert. In dit geval is het niet nodig om meerdere voorkeuren op te geven.
  • Ook voor een kind dat naar de voorschool van de school gaat, moet het aanmeldformulier ingeleverd worden.
  • Zodra wij uw aanmeldformulier hebben verwerkt, sturen wij u (per post/mail) een bewijs van aanmelding.
  • Controleer dit bewijs van aanmelding zorgvuldig en neem z.s.m. contact met ons op indien de gegevens niet correct zijn.
In sommige gevallen is het nodig bij de aanmelding schriftelijke bewijsstukken te tonen.
Dit geldt in de volgende situaties:
1. uw kind heeft een VVE-ja-indicatie;
2. uw kind zit op een Integraal Kind Centrum (IKC);
3. de voorgedrukte gegevens op het aanmeldformulier zijn niet correct;
4. u gebruikt een aanmeldformulier zonder voorgedrukte persoonsgegevens van uw kind.
 
Aanmeldformulier kwijt?
Wanneer u geen aanmeldformulier heeft, kunt u dit downloaden van www.amsterdam.nl/naardebasisschool of van www.bboamsterdam.nl. U kunt dit ook op onze school krijgen. Neem in dit geval altijd een adresbewijs mee, zodat wij de adres- en persoonsgegevens van uw kind kunnen controleren.
 
Inleverdata voor het aanmeldformulier
De uiterste data voor het inleveren van het aanmeldformulier zijn voor:
  • kinderen geboren tussen 1 mei en 31 augustus 2015
  • kinderen geboren tussen 1 september en 31 december 2015
  • kinderen geboren tussen 1 januari en 30 april 2016
  • kinderen geboren tussen  1 mei en 31 augustus 2016

1 november 2018
6 maart 2019
5 juni 2019
1 november 2019

Een plaats op de basisschool

Aansluitend aan de inleverdatum wordt in maart, juni en november, onder verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, de plaatsing van alle aangemelde kinderen geautomatiseerd uitgevoerd. Elk kind heeft hierbij onder gelijke omstandigheden een gelijke kans op een plaats. Het doel is kinderen een plek te geven op de hoogst mogelijke school van voorkeur.
Als er voldoende plaatsen op een school zijn, worden alle kinderen op de school van aanmelding geplaatst. Bij ruim 75% van de Amsterdamse scholen is dit het geval.
Wanneer er op een school meer aanmeldingen zijn dan plaatsen, is loten noodzakelijk. Uw kind loot dan mee in de door u opgegeven volgorde van scholen. Eerst worden de kinderen met voorrang geplaatst. Daarna komen de overige aanmeldingen aan bod. Wanneer uw kind op onze school wordt uitgeloot, komt het bij de plaatsing in aanmerking voor de volgende door u opgegeven voorkeurschool/-scholen.
Bij de plaatsing worden in volgorde de volgende voorrangsregels toegepast:
  1. Op het moment dat het aangemelde kind 4 jaar wordt, zit er een ouder broertje of zusje op de school van eerste voorkeur (kind heeft een plaats garantie). 
  2. Het kind heeft een VVE ja-indicatie, gaat tenminste 8 maanden 4 dagdelen per week naar de voorschool die bij de school is aangesloten én heeft de school als voorrangsschool;
  3. Het kind zit tenminste 8 maanden 4 dagdelen per week op een Integraal Kind Centrum (IKC) waar de school onderdeel van uitmaakt én heeft de school als voorrangsschool;
  4. De ouder van het kind heeft op de school een dienstverband voor onbepaalde tijd;
  5. Het kind heeft de school als voorrangsschool.
Wij hopen dat we alle aangemelde kinderen een plek kunnen aanbieden.  Als u hierover meer wilt weten, neem dan met ons contact op.
 
Inschrijven 
Als u uw kind op tijd heeft aangemeld, ontvangt u circa twee weken na de uiterste inleverdatum bericht van de school waar uw kind geplaatst kan worden. Wanneer u van deze (gereserveerde) plaats gebruik wilt maken, moet u dit vóór de in deze brief genoemde datum aan de school kenbaar maken. Pas daarna is uw inschrijving definitief en bent u verzekerd van de plaats op de school waar u de brief van heeft ontvangen.
 

B. Kinderen die tussentijds instromen (ouder dan 4 jaar)
Kinderen die afkomstig zijn van een andere school, kunnen onder een aantal voorwaarden op onze school aangemeld worden. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van een aantal zaken, die wij met u bespreken als u uw kind bij ons aanmeldt. Daarom is het belangrijk om met ons een afspraak te maken om de mogelijke plaatsing van uw kind op onze school te bespreken.
 
Kinderen die uit het buitenland afkomstig zijn en nog geen Nederlands spreken.
Deze kinderen worden door ons aangemeld bij het Meldpunt Nieuwkomers. Zij gaan dan eerst naar een school voor Nieuwkomers  -als daar plaats is- , waar zij zich de Nederlandse taal, de cultuur en het onderwijs eigen maken. Daarna vervolgen ze hun schoolcarrière bij ons op school. Het kan voorkomen dat een tijdelijke opvang nodig is op de school van aanmelding omdat er in afwachting van de vorming van een nieuwe groep tijdelijk geen plek beschikbaar is.
 
Kinderen die afkomstig zijn uit dezelfde buurt als onze school
Als u uw kind wilt laten overstappen binnen dezelfde buurt dan is daar vaak een bijzondere reden voor. Wij willen deze reden uitgebreid met u bespreken. In overleg met u vragen wij informatie van de vorige school op en maken we een afweging om uw kind wel/niet te plaatsen. Daarbij gaan we na of onze school in voldoende mate kan bieden, wat de andere school volgens u niet kan bieden en of we plaats hebben in de betreffende groep. Bij een positief besluit plaatsen wij uw kind in principe alleen aan het begin van het schooljaar. 
 
Kinderen die afkomstig zijn uit een andere wijk of ander deel van Nederland
Als kinderen aangemeld worden omdat ze zijn verhuisd vanuit een andere wijk of plek in Nederland, past de school het vastgestelde toelatingsbeleid tussentijdse instroom toe. Hieronder leest u welke criteria wij voor toelating hanteren. 
 
Toelatingsbeleid tussentijdse instroom
Dit toelatingsbeleid is door de school opgesteld en de MR heeft instemming verleend.
We hanteren de volgende regels:
Plaatsingsruimte:
De school hanteert voor de groepen 1/ 2 een groepsgrootte van 29 kinderen. Voor de groepen 3 t/m 8 is deze groepsgrootte 28 kinderen. Als de groepsgrootte is bereikt, laten we geen kinderen meer toe tot deze groep.

In het geval van een over-aanmelding van verhuisde kinderen gaan de kinderen voor met de grootste ‘verhuis’ afstand.

Extra ondersteuning:
Als een ouder een kind aanmeldt, dat een extra ondersteuningsbehoefte heeft, dan onderzoekt de directeur of de school / de leerkracht deze ondersteuningsbehoefte in voldoende mate kan bieden. De directeur gaat dan na of in de betreffende groep door de leraar voldoende ondersteuning geboden kan worden. De directeur neemt het besluit of de school de zorgplicht van het betreffende kind wel/niet kan overnemen. Als we besluiten uw kind niet te plaatsen, overleggen we met het Samenwerkingsverband Amsterdam/Diemen om een geschikte school te vinden, die wel aan de ondersteuningsbehoefte kan voldoen.
 
Aanmelding kinderen, die tussentijds instromen
Als u kind toelaatbaar is op onze school dan kunt u ons aanmeldingsformulier invullen. Dit formulier is anders dan het aanmeldformulier voor 4 jarigen.
We kunnen uw kind inschrijven op onze school als de vorige school uw kind heeft uitgeschreven.
Om de overstap goed te laten verlopen, vragen we bij de vorige school het onderwijskundig rapport op. Dit is een verplicht document dat de vorige school moet verstrekken bij de overgang naar een andere school. 
N.B. De laatste drie weken van een schooljaar kan er geen gehoor worden gegeven aan het verzoek van ouders om hun kind bij ons op school over te plaatsen. De reden is dat de zij-instroomprocedure langer dan 3 weken in beslag neemt. Deze ouders worden aan het begin van een volgend schooljaar verzocht opnieuw contact op te nemen.
 

Onze school en passend onderwijs 
Vanaf 1 augustus 2014 is de wetgeving over Passend onderwijs in heel Nederland van kracht. De wet gaat ervan uit dat alle kinderen recht hebben op goed onderwijs, ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
 
Stedelijk uitgangspunt hierbij is:
“We bieden binnen Amsterdam goed en passend onderwijs aan alle leerlingen, aansluitend op hun mogelijkheden en behoeften. Waarbij indien nodig professionele onderwijsondersteuning en begeleiding voor leerlingen en leerkrachten beschikbaar is en deze hulp zo snel mogelijk, in zo licht mogelijke vorm, zo dicht mogelijk bij de thuissituatie en op de meest adequate wijze wordt aangeboden”
 

Bestuurlijke samenwerking passend onderwijs
De schoolbesturen ASKO, AMOS, ABSA, KBA nieuw west en El Amal hebben de handen ineen geslagen en hebben binnen de kaders van het Samenwerkingsverband, hun gezamenlijke uitgangspunten op passend onderwijs geformuleerd en hebben een steunpunt/adviesloket hiervoor ingericht, genaamd Lokaal PO. Twee adviseurs passend onderwijs (APO’s), acht begeleiders passendonderwijs (BPO ’rs) en één projectleider werken van daaruit ondersteunend aan de 80 basisscholen van de vijf betrokken besturen. 
 
De uitgangpunten van de bestuurlijke samenwerking zijn:
  • de besturen zorgen voor laagdrempelige toegang tot hoogwaardige ondersteuning;
  • we sluiten aan bij de behoefte van besturen en scholen;
  • de vorm volgt de inhoud, we streven naar een zo licht mogelijke inrichting;
  • de samenwerking doet niets af aan het belang van wijkgericht werken;
  • de zorgplicht (waaronder klachtenregeling, schorsen/verwijderen) blijft de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke besturen;
  • de besturen beheren afzonderlijk de aan hen toegekende middelen voor extra ondersteuning. 
  • de besturen verantwoorden zich aan het samenwerkingsverband over de inzet van middelen voor extra ondersteuning;
  • de besturen streven naar bestuur doorbroken vormen van kennisdelen;
De binnen Lokaal PO participerende besturen hebben in lijn met de uitgangspunten van Samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen, een werkwijze ontwikkeld, waarmee ze op verantwoorde wijze de middelen voor extra ondersteuning toewijzen en zorgen voor een zo efficiënt mogelijke inzet van die middelen. Daarmee worden de scholen in staat gesteld, vanuit hun eigen kracht, passend onderwijs vorm te geven en verder te ontwikkelen. Daarbij benadrukken we uitdrukkelijk het belang van de uitgangspunten van Samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen:
  • eigen kracht denken;
  • in de klas en wijkgericht;
  • laagdrempelige toegang tot hoogwaardige ondersteuning;
  • ondersteuning op basis van de vraag en sturing via evaluatie van de resultaten;
  • zorg nemen we niet over, we helpen je het zelf kunnen;
  • we geloven in het zelf organiserend vermogen (gezinnen, scholen en wijken);
  • we hoeven niet alles te kunnen, maar willen het leren;
  • wat we niet zelf kunnen (leren) doen we samen met anderen.
Overwegingen
Omdat we veel waarde hechten aan de autonomie en verantwoordelijkheid van individuele scholen en veel vertrouwen hebben in de eigen kracht van scholen om Passend Onderwijs in de klas en in de wijk vorm te geven, is het van belang dat de aanpak scholen ondersteunt en faciliteert. Het adviesloket Lokaal PO is daarom smal ingericht.
Naast het adviesloket ondersteunt Lokaal PO de scholen door middel van de inzet van begeleiders passend onderwijs op de werkvloer.  Deze Begeleiders Passend Onderwijs worden tweeledig ingezet, enerzijds inzet bij een concrete ondersteuningsvragen die binnenkomen via het groeidocument, de z.g. arrangementen. Anderzijds worden zij ingezet bij korte vragen van de scholen  in de preventieve context. Elke begeleider passend onderwijs is  hiertoe gekoppeld aan een aantal scholen in een vaste regio. Scholen kunnen hen in vroeg stadium betrekken bij zorgelijke situaties, bv voor een observatievraag, of helpen vaststellen van de onderwijsbehoefte, wat preventief handelen zal versterken. Daarnaast zal een deel van de tijd van de begeleiders zal uitgaan naar het uitvoeren van een deel van de toegekende extra ondersteuning/de arrangementen.
De begeleiders werken op vraag van de scholen en hebben geen vastgesteld aantal uren beschikbaar voor een school. Dat past niet bij de maatwerkconstructie die bedoeld is bij de invoering van passend onderwijs. 
 
Per 1 augustus 2016 zullen de adviseurs en begeleiders passend onderwijs die nu nog zijn aangesteld bij het SWV Amsterdam Diemen in dienst komen van de schoolbesturen. In het kader van de bestuurlijke samenwerking rond passend onderwijs, zal er een constructie gezocht worden waarbij het over te nemen personeel ook de komende jaren als ondersteuners passend onderwijs voor de scholen van ABSA, ASKO, AMOS, El Amal en KBA nieuw west werkzaam zullen zijn. 
 
Het begrip Passend onderwijs betekent:
  • dat scholen en schoolbesturen de zorgplicht hebben om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Voor de meeste kinderen is het reguliere basisonderwijs de beste plek. Als het echt nodig is, kunnen kinderen naar het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs.
  • zoveel mogelijk thuisnabij onderwijs, door de ondersteuning waar mogelijk naar de leerling te brengen, in plaats van de leerling naar de ondersteuning.
  • dat scholen meer uitgaan van de mogelijkheden van leerlingen en minder de nadruk leggen op eventuele beperkingen. Scholen kunnen sneller en effectiever handelen als een leerling extra ondersteuningsbehoeften heeft.
  • dat de manier waarop de ondersteuning van leerlingen wordt gefinancierd is veranderd. Er komen geen nieuwe leerlingen met een ‘rugzakje’ meer bij. Deze leerlinggebonden financiering (LGF) op basis van een indicatie stopt per 1-8-2016. In plaats daarvan krijgen besturen en scholen de ruimte om flexibeler op de behoeftes van leerlingen en leerkrachten in te spelen en deze vormen van ondersteuning zelf te organiseren en te betalen.
  • een verandering in de organisatievorm, wanneer verwijzing van leerlingen naar het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs noodzakelijk is. 
Uitwerking van bovenstaande:

Zorgplicht
Schoolbesturen hebben zorgplicht. Dat betekent dat scholen zelf voor passend onderwijs moeten zorgen voor iedere leerling die op hun school zit, of die zich bij hun school aanmeldt. Schoolbestuur en school moeten eerst kijken wat de school zelf kan doen, met of zonder extra ondersteuning. De ondersteuning die een school kan bieden staat beschreven in het schoolondersteuningsprofiel. 
Als een school ondanks de mogelijkheid van extra ondersteuning, geen passend onderwijs aan een leerling kan bieden, moet zij zorgen dat deze ondersteuning elders wordt geboden. Dit kan een onderwijsplek op een andere school van hetzelfde schoolbestuur of op een andere school in dezelfde wijk zijn, of een onderwijsplek op een school voor speciaal (basis) onderwijs. Thuisnabij onderwijs is hiervoor een belangrijk uitgangspunt. De verantwoordelijkheid voor het zoeken en aanbieden van een juiste onderwijsplek ligt bij de school waar de leerling is aangemeld. Belangrijk bij de uitvoering van de zorgplicht is dat de school met ouders overlegt over wat de onderwijsbehoefte van de leerling is en wat daarbij benodigde ondersteuning of een andere  passende school is. 
De school wordt in dit proces ondersteund door de adviseurs passend onderwijs van Lokaal PO én door de onderwijsadviseurs van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen.
 

Passend onderwijs op de reguliere basisschool
Het bestuur van elke basisschool in Amsterdam en Diemen ontvangt van het Samenwerkingsverband een budget voor de basisondersteuning. Hieruit wordt de ondersteuningsstructuur op schoolniveau bekostigd, die beschikbaar is voor alle leerlingen. De school biedt hiervoor een basisondersteuning die minimaal voldoet aan de gestelde normen van inspectie en overeen komt met de vastgestelde basisondersteuning door het Samenwerkingsverband, uitgewerkt in de ambitie van de vijf schoolbesturen die gezamenlijk Passend Onderwijs vorm geven voor hun scholen. Het budget basisondersteuning is gebaseerd op het leerlingenaantal van de school. 
Een voorwaarde voor passend onderwijs is kwalitatief goed onderwijs in samenhang met een goed werkende ondersteuningsstructuur in en om de school. De basisondersteuning is het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en lichte curatieve interventies die:
  • binnen de onderwijs ondersteuningsstructuur van de school,
  • onder regie en verantwoordelijkheid van de school,
  • waar nodig met inzet van expertise van andere scholen en ketenpartners,
  • zonder specifiek arrangement en/of ontwikkelingsperspectief,
  • planmatig en op een overeen gekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.
Over de basisondersteuning heeft het samenwerkingsverband de volgende afspraken gemaakt:
  • elke school heeft een effectieve interne toezichtstructuur en scoort minimaal een voldoende op de indicatoren uit het toezichtkader van de inspectie voor het onderwijs. Met name op de indicatoren die betrekking hebben op de ondersteuning van leerlingen en op planmatig werken;
  • elke school heeft de leerlingondersteuning ingericht volgende de standaarden en cyclus van handelingsgericht werken
  • elke basisschool heeft een ondersteuningsteam en werkt effectief samen met ketenpartners en het speciaal (basis) onderwijs
  • elke school heeft in haar schoolondersteuningsprofiel vastgelegd hoe zij met behulp van preventieve en licht curatieve interventies tegemoet komt aan kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte
  • elke basisschool stelt zodra zij een vorm van extra ondersteuning inzet een ontwikkelingsperspectief op voor de leerling. Als de gedragsproblematiek van de leerlingen (mede) de aanleiding is voor het inzetten van extra ondersteuning, benoemt de school dit expliciet in het ontwikkelingsperspectief.
De schoolbesturen ontvangen daarnaast van het Samenwerkingsverband een budget voor extra ondersteuning. Dit budget is bedoeld voor de inzet van specifieke ondersteuning die het basis ondersteuningsniveau van de school overstijgt. Deze middelen kunnen besturen en scholen niet voor andere doeleinden dan voor ondersteuning inzetten. De toekenning van dit budget verloopt bij de vijf samenwerkende schoolbesturen via het daartoe ingerichte steunpunt Lokaal PO. Dit maakt meer maatwerk mogelijk dan dat voorheen bij de leerlinggebonden financiering het geval was.
Voor leerlingen die ondersteuning nodig hebben binnen de basisschool dat de basisondersteuning van de school overstijgt, wordt een stedelijk gekozen groeidocument ingevuld, waarbij ook het te verwachten uitstroomprofiel van de leerling en een handelingsplanning wordt aangegeven. Lokaal PO begeleidt de aanvraag en fiatteert deze op inhoudelijke gronden. De inzet van extra ondersteuning is gericht op de onderwijsontwikkeling van de leerling én werkt verhogend op het ondersteuningsniveau van de school.
 

Passend onderwijs op het speciaal (basis) onderwijs
Wanneer een verwijzing naar een SBO- of SO-school voor de leerling toch de beste oplossing lijkt, dan loopt de verwijzing via de onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband die in betreffende regio werkzaam is. Deze adviseur is onafhankelijk van de school en het schoolbestuur. De onderwijsadviseur kent de scholen in de regio en de SBO- en SO-scholen goed en kan indien nodig snel een passende overstap realiseren. Hiervoor is een toelaatbaarheidsverklaring nodig, die door de onderwijsadviseurs wordt afgegeven. In een enkele situatie is het noodzakelijk om een versnelde plaatsing te realiseren voor een leerling, omdat de veiligheid van de leerling en diens omgeving in het geding is. In dat geval kan er een beroep gedaan worden op de noodprocedure. 
 
Leerlingen die al op het speciaal onderwijs in Amsterdam zitten, behouden hun plek en indicatie tot uiterlijk 1 augustus 2016 zolang de leerling op dezelfde school blijft. Daarna volgt een nieuwe beoordeling over de best passende plek in overleg met de school en de onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband.
 

Samenwerking met Jeugdzorg 
Een goede samenwerking met de jeugdhulp is een belangrijke voorwaarde voor kwalitatief goede ondersteuning aan leerlingen. Met ingang van januari 2015 zijn de gemeenten Amsterdam en Diemen door de invoering van de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle jeugdzorg in Amsterdam en Diemen. In de praktijk betekent dat onder meer dat er binnen de verschillende wijken ouder- en kind adviseurs aan de scholen zijn toegekend om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp rond leerlingen en hun gezinnen te versterken. 
 

Medezeggenschap
Naast een actieve betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van het eigen kind kunnen ouders ook op de volgende manieren betrokken zijn bij passend onderwijs:
  • medezeggenschapsraad van de school: de MR van de school is samengesteld uit leerkrachten en ouders en heeft adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel. In dit profiel legt de school vast wat ze aan (extra) ondersteuning kan bieden en hoe deze ondersteuning georganiseerd is;
  • Ondersteuningsplanraad: dit is de medezeggenschapsraad van het Samenwerkingsverband. Deze raad heeft instemmingsrecht op het ondersteuningsplan waarin de schoolbesturen hebben vastgelegd welke afspraken zij met elkaar hebben gemaakt om te zorgen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen. De raad in Amsterdam-Diemen bestaat uit tien personen: vijf ouders en vijf personeelsleden van de scholen 
  • GMR van de schoolbesturen: de besturen waar meerdere scholen onder vallen hebben een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. In de GMR nemen vertegenwoordigers van de MR-en van de scholen zitting. Hoewel de GMR formeel geen rol heeft in de medezeggenschap op passend onderwijs kan haar rol toch betekenisvol zijn. Het budget voor extra ondersteuning wordt in het Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen geheel toebedeeld aan de besturen. De GMR heeft informatierecht en daarmee inzicht in de wijze waarop het schoolbestuur de toewijzing van extra ondersteuning organiseert. De GMR kan gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen.

Voor meer en verdiepende informatie met betrekking tot passend onderwijs in Amsterdam en Diemen, kunt u terecht op de website van het samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen: http://www.swvamsterdamdiemen.nl.

Meer informatie over medezeggenschap is te vinden op http://www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl/ 
Voor landelijke informatie kunt u terecht bij http://www.passendonderwijs.nl/