Download deze gids als PDF

Ondersteuningsteam op school


Onze school heeft  een ondersteuningsteam

Op onze school is een intern begeleider aanwezig die in vier dagen het ondersteuningsteam aanstuurt. Het ondersteuningsteam bestaat uit de volgende specialisten: 

  • gedragsspecialist (vacature vacant)
  • specialist lezen 
  • specialist jonge kind 
  • rekenspecialist (in ontwikkeling) 

Dit zijn LB leerkrachten met naast lesgevende taken ook twee dagen ambulante tijd voor school specifieke taken. Daarnaast zijn er nog medewerkers aanwezig voor uitvoerende taken, zij worden verdeeld over de groepen en zijn ‘extra handen’ in de klas.

Heeft een kind extra ondersteuning nodig, dan maakt dit ondersteuningsteam een ‘arrangement’ op maat. Arrangement wil zeggen: een passend onderwijsaanbod met de juiste begeleiding. Vanaf het moment dat een kind extra ondersteuning nodig lijkt te hebben, vullen wij samen met ouders het zogenoemde Groeidocument in. Hierin staat wat de ondersteuningsbehoeften van een kind zijn en welk aanbod daarbij het beste past.


Speciale zorg

De intern begeleiders nemen een belangrijke plaats in rond de extra ondersteuning die 
kinderen met een specifieke behoefte nodig hebben. Samen met kind, ouders en leerkracht inventariseren en onderzoeken zij deze behoeften. Indien nodig schakelen zijn hierbij externe instanties in voor eventueel verder onderzoek en/of advies hierbij.
Deze stap wordt altijd genomen in overleg en met toestemming van de ouders.


Het jonge kind (4 t/m 8 jaar)  

Aan het begin van het schooljaar zitten in de onderbouwgroepen meestal zo’n 20 kinderen, terwijl er in de loop van het schooljaar een groei is naar maximaal 29 kinderen. De activiteiten van de kinderen gaan over de volgende vakgebieden: taal, zintuiglijke ontwikkeling, lezen, motorische ontwikkeling, muziek, schrijven, lichamelijke oefening, redzaamheid en sociale ontwikkeling, spel en beweging, tekenen, handvaardigheid, rekenen en wiskunde. Wij maken gebruik van de methode Kleuterplein, aangevuld met diverse bronnenboeken. 
In de drie middenbouwgroepen (jaargroepen 3/4/5) ligt het aantal gemiddeld op 28 kinderen. Voor de middenbouw is extra ondersteuning om kinderen extra begeleiding te bieden. In deze groepen gebruiken we voor rekenen-wiskunde, spelling, technisch
en begrijpend lezen een methode.  


Het oudere kind (8 t/m 12 jaar)

Er zitten gemiddeld 28 kinderen in de twee bovenbouwgroepen. Er is extra ondersteuning aanwezig om de kinderen extra begeleiding aan te bieden. 
De activiteiten van de kinderen gaan over de volgende vakgebieden: taal, lezen, schrijven, rekenen en wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkennis, verkeer, Engels, geestelijke stromingen, muzikale vorming, beeldende vorming, tekenvaardigheid, gezondheid en dramaonderwijs.


Zorgbreedte-overleg (ZBO)

Een substantieel aantal kinderen op de basisschool heeft te maken met problemen, die van invloed zijn op de leerontwikkeling. Een deel van deze problemen is door de leerkracht, in samenwerking met de intern begeleider op te lossen. Soms zijn de problemen echter zo complex dat ook hulp van ketenpartners (direct betrokkenen) nodig is. Om er voor te zorgen dat deze hulp voor school beschikbaar is en externe partners tijdig worden ingeschakeld, zijn de zorgbreedte-overleggen in het leven geroepen. De zorgbreedte-overleggen zijn gericht op het tijdig bespreken van kinderen die te maken hebben met meerdere problemen. In het ZBO kan worden gesproken over leer- en gedragsproblemen in de groep en/of thuis. Ouders worden op de hoogte gesteld en moeten toestemming verlenen als hun kind besproken gaat worden op een ZBO. In de meeste gevallen worden ouders en / of leerkracht uitgenodigd om bij het ZBO aan te sluiten. Uit ervaring weten wij dat dit voor zowel school als ouders goed werkt.
De vaste kern van het overleg bestaat uit de volgende deelnemers: de directie, de intern begeleiders, de gedragsspecialist, de specialist jonge kind, de ouder- en kind adviseur, de psycholoog vanuit het OKT, de psycholoog (extern bureau) en de schoolarts. Daarnaast kunnen andere beroepskrachten (bijv. leerplichtambtenaar, buurtregisseur) voor het overleg uitgenodigd worden als dit voor het overleg relevant is.


Handelingsgericht Werken (HGW)                

Handelingsgericht Werken is een middel/visie waardoor het onderwijs inhoudelijk en organisatorisch (nog) effectiever kan worden. Op Het Gein is het vertalen van de theorie hiervan naar de praktijk volop in ontwikkeling. Omgaan met verschillen en het afstemmen van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van kinderen is een complexe uitdaging voor elke leerkracht. Handelingsgericht werken (HGW) is een cyclische, effectieve aanpak om doelgericht en planmatig uit- en om te gaan met verschillen in onderwijsbehoeften tussen kinderen. Ongeacht of het gaat om kinderen die in hun ontwikkeling achterblijven of excellente kinderen. Bij het werken volgens dit concept gaan we altijd oplossingsgericht uit van de mogelijkheden die er zijn in plaats van het centraal stellen van alle belemmeringen. Dat doen we in samenwerking met kinderen en ouders.

Een essentieel onderdeel hiervan is het werken met groepsplannen. Op Het Gein streven we naar het werken op 3 niveaus. Door het stellen van doelen en het planmatig werken hieraan kunnen we beter differentiëren in instructie en leertijd. Dit jaar streven naar het 2x per jaar opstellen en evalueren van een groepsplan.


Opbrengst Gericht Werken (OGW)

Opbrengstgericht werken is erop gericht om de onderwijskwaliteit te verbeteren. De kern is dat de leerkrachten van Het Gein hun onderwijs aanpassen aan de hand van de meetbare resultaten. Het verbeteren van de resultaten start met een grondige analyse van de (toets)gegevens. Aan de hand van die analyse wordt een plan opgesteld met meetbare doelen. Opbrengstgericht werken heeft hoge verwachtingen van de kinderen en gaat uit van ambitieuze doelen.


Verlengen van basisschooltijd en zitten blijven (doubleren)

Niet alle kinderen ontwikkelen zich gelijk. Sommige kinderen hebben langere tijd nodig om bepaalde zaken te verwerven. Het kan gaan om hun sociaal-emotionele ontwikkeling, maar ook om de cognitieve ontwikkeling. Daarom is het soms nodig dat kinderen een jaar langer in de onderbouw (groep 1/2) kunnen blijven. Ook kan het voorkomen dat een kind een jaar langer in groep 3, 4 ,5, 6 of 7 moet blijven. Mocht de leerkracht vinden dat een kind een jaar langer in groep 1/2 moet blijven of een groep moet doubleren dan worden de ouders hiervan tijdig op de hoogte gesteld. Dit houdt in dat ouders tenminste in februari  worden geïnformeerd over de mogelijkheid van een verlenging/doublure. Daarna volgt overleg tussen ouder, leerkracht en Intern Begeleider. In ieder geval delen we aan de ouders tenminste voor 31 mei mede of het kind gaat verlengen/doubleren. De uiteindelijke verantwoordelijkheid over het besluit om een kind te laten verlengen of doubleren ligt bij de school. De directeur neemt (in overleg met leerkracht en Intern Begeleider) dit besluit.